VOORSTEL VAN ERKENNINGSCRITERIA VOOR DE TITELBESCHERMING VAN PSYCHOTHERAPEUT

Alternatief voorstel uitgewerkt door Forum Psychotherapie

Artikel 1 : Definities

1.1.

Psychotherapie is een proces,  waarbij de therapeut en de cliënt(en)/patiënt(en) in dialoog gezamenlijk onderzoeken wat de rol / betekenis is van de klachten (psychiatrische en/of psychologische en/of emotionele en/of existentiële)  in het leven van de cliënt(en)/ patiënt(en). De therapeut is opgeleid om een referentiekader te hanteren van waaruit de betekenissen / het handelen  van de cliënt/patiënt worden geïnterpreteerd en  van waaruit op een gesystematiseerde manier interventies worden gedaan die de cliënt/patiënt stimuleren tot reflectie over eigen waarden / betekenissen / drijfveren van eigen handelen  met als doel de kwaliteit van leven te verbeteren.

1.2.

De patiënt/cliënt kan zijn een individu of een sociaal systeem (koppel, gezin, netwerk, groep). Hij/Zij heeft problemen of klachten waarvoor hij/zij hulp zoekt of waarbij de hulp aangewezen lijkt doordat één of meerdere personen van het systeem problemen signaleren. Deze klachten en problemen hebben betrekking op emotionele en/of existentiële en/of   psychologische en/of somatische en/of sociale facetten van zijn functioneren. Ze worden gezien vanuit :

  • de persoonlijke subjectiviteit van de patiënt/cliënt, met name :
    • ofwel persoonsgebonden conflicten, ontstaan in de loop van de ontwikkeling;
    • ofwel zichzelf versterkende en zich onderhoudende belevingsproblemen;
  • zichzelf versterkende en zich onderhoudende relatieproblemen binnen één of meerdere systemen, waarvan de patiënt/cliënt deel uitmaakt;
  • zichzelf onderhoudende en zichzelf versterkende gedragsproblemen.

Eén en ander eventueel gepaard gaande met manifestaties van lichamelijk-organische aard.

Artikel 2 : Uitoefening

De uitoefening van de psychotherapie gebeurt binnen daartoe geëigende voorzieningen of door erkende vrijgevestigde psychotherapeuten. Ze gebeurt zoveel mogelijk in overleg en samenwerking met andere disciplines. Ze gebeurt steeds overeenkomstig de deontologische code.

De psychotherapeutenrol mag niet door een andere rol gehinderd worden, de rol van de psychotherapeut moet aan patiënt of het systeem duidelijk geformuleerd worden. Er kan pas aan psychotherapie gedaan worden als de psychotherapeut vanuit zijn beroepscontext daartoe gemandateerd is.

De psychotherapeut moet de vrijheid krijgen om zijn psychotherapeutisch werk uit te oefenen, d.w.z. de verantwoordelijkheid dragen voor de indicatiestelling, de behandeling en de uitvoering ervan, volgens de deontologie van zijn beroep, inclusief het beroepsgeheim.

Artikel 3 : Vooropleiding

Worden toegelaten tot de opleiding psychotherapie :

 

  • Iedereen die een vooropleiding tot counselor heeft gevolgd en hiervan een getuigschrift heeft behaald,  verleend door een erkende opleiding tot counselor.
  • Werken in een context waar psychotherapie kan uitgeoefend worden.
  • Gedurende minimum één jaar gewerkt hebben,  of stage gelopen hebben als counselor.

Artikel 4 : Het kader van de opleiding tot psychotherapeut

4.1.

De opleiding tot psychotherapeut omvat :

  • een doorgedreven theoretische en technische opleiding in één van de hiernavolgend genoemde referentiekaders met inbegrip van een eigen leertherapeutisch proces en van supervisie, gesteund op een substantiële psychotherapeutische praktijk;
  • een goedgekeurd geschreven eindwerk waarmee de kandidaat zijn deskundigheid binnen het gevolgde referentiekader bewijst.

De therapieopleiding waarborgt de dialoog met andere psychotherapeutische oriëntaties en stimuleert wetenschappelijk onderzoek en intervisie.

4.2.

De grote referentiekaders of psychotherapeutische oriëntaties zijn gebaseerd op volgende op wetenschappelijk geïnspireerde praxis gebaseerde theorieën:

  • psychoanalytische en psychodynamische;
  • cognitieve en gedragstherapeutische;
  • cliëntgerichte en experiëntiële;
  • interactionele en systeemtheoretische,

Ook andere op wetenschappelijk geïnspireerde praxis gebaseerde psychotherapeutische referentiekaders worden aanvaard.

4.3.

De bovengenoemde opleiding tot psychotherapeut moet regelmatig gespreid worden over tenminste drie  jaar en moet tenminste 500 contacturen - d.w.z. uren opleiding direct geleid door de opleider en het opleidingsteam - leertherapie, cursussen, seminarie en supervisie, omvatten.

Onverminderd de voorgaand geformuleerde minimumvoorwaarden worden hieronder de criteria waaraan de opleiding en de opleider in de psychotherapie moeten voldoen, gespecificeerd.

Artikel 5 : Het opleidingsprogramma tot psychotherapeut

Het opleidingsprogramma tot psychotherapeut bestaat uit een intens, coherent en geïntegreerd leerproces in de in artikel 4 genoemde referentiekaders of psychotherapeutische oriëntaties, dat wordt afgesloten met een diploma. Het opleidingsprogramma gebeurt binnen eenzelfde opleidingsinstantie. Het moet voldoen aan de totaliteit van de hierna geformuleerde vereisten.

 

5.1.

Praktijkvereisten

  • de psychotherapeut in opleiding dient minstens 10 uur per week werkzaam te zijn in de geestelijke gezondheidszorg.
  • de psychotherapeutische praktijk van de kandidaat psychotherapeut moet per week op minimum vier patiënt-/cliëntsystemen betrekking hebben.

 

5.2.

Kwantitatieve criteria

  • het voornoemde intens, coherent en geïntegreerd leerproces dient :
    • regelmatig gespreid te zijn over tenminste drie jaar;
    • te gebeuren in de context van de onder artikel 5.1. vermelde psychotherapeutische praktijk;
    • een minimum aantal van 500 contacturen te omvatten.
  • onder ‘regelmatig’ gespreid wordt verstaan : contacturen gemiddeld om de veertien dagen gedurende drie jaar.
  • het minimaal aantal van 500 contacturen, waarvan 350 uur verplicht en 150 uur vrij dienen te worden ingevuld, wordt als volgt over drie onderdelen gespreid :
    • de leertherapie vormt een coherent geheel van minimaal 80 contacturen.
    • de theoretisch/technische opleiding vormt een coherent geheel van minimaal 180 contacturen.
    • de supervisie betreft het therapeutisch handelen van de therapeut in opleiding. Ze vormt een coherent geheel van tenminste 90 uur wanneer het individuele supervisie betreft of in groepjes van maximum 4 personen, of van 200 uur voor groepssupervisie in groepjes van maximum 8 personen. Bij groepssupervisie in groepen van meer dan 8 personen gelden de contacturen voor slechts 50 %. De supervisie moet betrekking hebben op meerdere patiënt-/cliëntsystemen en moet regelmatig gespreid zijn over ten minste twee jaar.

 

5.3.

Kwalitatieve criteria

  • de opleiding dient aantoonbaar te behoren tot de in artikel 4.2. genoemde psychotherapeutische oriëntaties.
  • opleider en opleidingsteam dienen te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 7.
  • de opleiding dient te verlopen volgens een programma dat overeenkomstig de criteria, vermeld in artikel 8, erkend werd door de Opleidingscommissie.

Artikel 6: Geldigheid van een psychotherapeutische oriëntatie

Een psychotherapeutische oriëntatie wordt slechts dan erkend wanneer zij aantoonbaar behoort tot de in artikel 4.2. genoemde psychotherapeutische referentiekaders en voldoet aan de totaliteit van de hiernavolgende voorwaarden :

 

 

  • ze gaat in haar theorievorming aantoonbaar uit van theorieën inzake psychologische en / of intermenselijke processen.
  • ze steunt aantoonbaar op een substantiële literatuur  en / of praktijk waarbij er een aanzet is tot  theorievorming en empirische studies omtrent processen en effecten met betrekking tot diverse categorieën van problemen, omvat.
  • ze steunt aantoonbaar op wetenschappelijk onderzoek en onderwijs in de betreffende psychotherapeutische oriëntaties.

Artikel 7: Geldigheid van een opleiding: voorwaarden gesteld aan het opleidingsteam

 

  • de opleiding moet aantoonbaar behoren tot de in artikel 4.2. genoemde psychotherapeutische referentiekaders.
    Ze moet tevens voldoen aan de totaliteit van de in artikel 6 genoemde voorwaarden. Dit betekent dat het opleidingsteam via publicaties, lezingen en specialistische opleidingen moet aantonen dat het op elk van de in artikel 6 genoemde voorwaarden het deskundigheidsniveau van de erkende psychotherapeutische oriëntatie beheerst.
  • een opleiding wordt slechts dan erkend wanneer het opleidingsteam daarenboven aan de volgende voorwaarden voldoet:

o       het team in zijn geheel dient een coherente opleiding te bieden. Het opleidingsteam moet instaan voor ten minste 50 % van de totale opleiding.

o       tot het team behoren hoofdverantwoordelijken, docenten, leertherapeuten en supervisoren. Al deze opleiders hebben minstens vijf jaar aantoonbare psychotherapeutische praktijkervaring in de eigen opleidingsrichting voor minstens 1/10 van de werkweek in de eigen richting met hulpvragers die niet de eigen kandidaten psychotherapeut zijn.

o       de hoofdverantwoordelijken moeten hun globale, theoretische, methodische en praktische deskundigheid t.a.v. meerdere probleemvelden, methoden en settings aantonen.

o       de hoofdverantwoordelijke kan tevens supervisor zijn.

o       docenten kunnen worden aangezocht om onderdelen van de opleiding te verzorgen. Ze kunnen worden ingeschakeld in de theoretisch en technische opleiding voor onderdelen die tot hun specialiteit behoren.

o       een docent die voor een onderdeel participeert in de theoretisch en technische opleiding moet het deskundigheidsniveau van zijn oriëntatie voor het betreffende onderdeel bezitten.

 Artikel 8 : Procedure tot erkenning van een opleidingsinstituut

8.1.

De schriftelijke aanvraag tot erkenning moet gedocumenteerd worden met een gedetailleerd draaiboek van de opleiding en met deskundigheidsbewijzen van al de leden van het opleidingsteam. Hieruit moet blijken dat de opleiding voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 tot en met 7. De Opleidingscommissie kan aan de kandidaat-opleiding bijkomende informatie vragen die haar moet toelaten een advies uit te brengen.

8.2.

De Opleidingscommissie beschikt over een termijn van maximum zes maand om over een aanvraag tot erkenning te adviseren. De opleidingscommissie is tevens verantwoordelijk voor een vorm van permanente kwaliteitscontrole van de opleiding, teneinde de erkenning te behouden. De hoofdverantwoordelijken van de kandidaat-opleiding krijgen een copie van dit advies.

8.3.

De hoofdverantwoordelijken van de kandidaat-opleiding kunnen bij de commissie van beroep bezwaar indienen tegen het advies. Hiertoe moet binnen de termijn van twee maanden na mededeling van het advies, een gemotiveerd protest bij de commissie van beroep worden ingediend. Elke betrokkene kandidaat-opleiding heeft het recht te worden gehoord. In een zitting van de commissie van beroep moet nadien opnieuw een advies met tweederde meerderheid worden genomen. Deze beslissing is bindend. Elke andere aanvraag wordt alleen dan behandeld wanneer ze op substantieel nieuwe informatie steunt. Ze kan niet vroeger worden ingediend bij de opleidingscommissie dan een jaar na uitspraak van de commissie van beroep over de afgewezen aanvraag.

Artikel 9: De Opleidingscommissie

9.1.

De Opleidingscommissie bestaat uit acht leden en wel zo dat elk van de vier grote psychotherapeutische oriëntaties, vermeld in artikel 4.2., vertegenwoordigd is via tenminste één en ten hoogste twee leden.

 

9.2.

De leden van de Opleidingscommissie moeten worden aangeduid onder diege-nen die zonder betwisting als vertegenwoordiger kunnen functioneren binnen de betreffende psychotherapeutische oriëntatie, met dien verstande dat niet meer dan de helft van de leden actief in een opleiding betrokken zijn.

9.3.

Het mandaat bedraagt zes jaar. Leden van de Opleidingscommissie kunnen ten hoogste voor twee opeenvolgende mandaten van zes jaar worden benoemd.

(oorspronkelijk artikel 9.4 hernomen in artikel 11.3)

9.4.

De opleidingscommissie vergadert slechts geldig wanneer minstens de absolute meerderheid van de leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met tweederde van de aanwezige leden.

Artikel 10 : De Erkenningscommissie

10.1.

De Erkenningscommissie beslist over de erkenning van de individuele psychotherapeut op basis van de schriftelijke informatie, gespecifieerd in artikel 10.5. en 10.6, die hij/zij aan de Erkenningscommissie toestuurt.

10.2.

De Erkenningscommissie bestaat uit acht leden, en wel zo dat elk van de vier grote psychotherapeutische stromingen vertegenwoordigd zijn.

10.3.

Het mandaat bedraagt zes jaar. Leden van de Erkenningscommissie kunnen gedurende ten hoogste twee opeenvolgende mandaten van zes jaar worden benoemd.

10.4.

De Erkenningscommissie komt tweemaal per jaar samen teneinde over de haar voorgelegde kandidaturen te beraadslagen.

10.5.

De Erkenningscommissie dient van elke kandidaat over alle nodige schriftelijke informatie te beschikken teneinde de aanvraag aan de hiervoor gestelde criteria te kunnen toetsen. De Erkenningscommissie stelt hiertoe mede een aanvraagformulier op, dat aan de kandidaat wordt toegestuurd en waarop de gevraagde informatie wordt vermeld. Essentiële onderdelen van de gevraagde informatie zijn in ieder geval een voor eensluidend verklaard afschrift van het behaald diploma zoals bepaald in artikel 3 en een postuniversitair of gelijkwaardig geacht certificaat van beëindigde opleiding in de psychotherapie (behaald aan een door de Erkenningscommissie erkende psychotherapie-opleiding), evenals een bewijs van de feitelijke psychotherapeutische praktijk.

10.6.

De Erkenningscommissie stuurt de kandidaat-psychotherapeut eveneens een exemplaar van de deontologische code ter ondertekening evenals een formulier waarin de kandidaat verklaart zich zo nodig beschikbaar te stellen van een onderzoek ingeval van ingebrachte klachten en bezwaren.

10.7.

Elke beslissing van de Erkenningscommissie moet met tweederde meerderheid van de stemmen genomen worden om geldig te zijn. De Erkenningscommissie vergadert slechts geldig wanneer minstens de helft van de leden aanwezig is.

10.8.

 

 

10.9

De kandidaat kan bij de commissie van beroep bezwaar indienen tegen het advies.

Een erkenning als psychotherapeut wordt telkens verleend voor een periode van vijf jaar. Na vijf jaar dient het volgende te worden voorgelegd om de erkenning te kunnen behouden:

Aan …… uur intervisie hebben deelgenomen  in een intervisiegroep.

Een intervisiegroep dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:

…………………………………………….

…… uur supervisie hebben gevolg bij  een erkende supervisor.

Een erkenning als supervisor wordt op de volgende manier verleend:

……………………………………………….

Artikel 11 : Representativiteit en mandaten

11.1.

De leden van de erkennings-, opleidings- en beroepscommissie worden door de Koning benoemd op voordracht van de representatieve beroepsverenigingen van de beoefenaars va de in artikel 3 vermelde beroepen.

11.2.

De Koning bepaalt de criteria waaraan de beroepsverenigingen moeten voldoen om als representatieve beroepsvereniging erkend te worden.

11.3.

Er is onverenigbaarheid tussen een mandaat in de opleidingscommissie, in de erkenningscommissie en in de commissie van beroep